{"id":"NL-SdmGA_1504889_11","uri":"https:\/\/www.openarchieven.nl\/transcripties\/toon\/NL-SdmGA_1504889_11","source_archive":{"isil":"NL-SdmGA","archive_code":"sch","name":"Municipal archive Schiedam"},"archive_number":{"nr":"243","title":"Archief van notaris Maarten Kouwenhoven, 1646-1698","url":"https:\/\/collecties.schiedam.nl\/detail.php?id=7371664"},"inventory_number":{"nr":"761","title":"1662 januari 3-1664 december 30","url":"https:\/\/collecties.schiedam.nl\/detail.php?nav_id=23-0&id=7371705&name=Detail%20Deelbeschrijving"},"page":"11","source_url":"https:\/\/archief-schiedam.transkribus.eu\/document\/1504889\/pages\/11","thumb_url":"https:\/\/files.transkribus.eu\/iiif\/2\/OJMFZMDTLCEEOLBQFCBRDUDS\/full\/512,\/0\/default.jpg","project":"transkribus","transcript":"Bijden Innehoude vanden jegenwoordigen Instrumente sij eenen ijgel. kennel. Ende openbaer dat op huijden den xviije Januarij Ano. 20 97 xvjc. Tweentsestich voor mij Maerten kouwenhove Openbaer Nots. bijden Ed: Hove Provinciael van Hollandt geadmitteert resideerende binnen der stede Schiedam ter presentie vande ondergenomineerde getuijgen gecomen ende verschenen sijn Cornelis Jansz vander Lee ende Annetge Joris dr. geechte man ende vrou woonende inde heerlicheijt van Out matheus buijten de Overschiete poorte mijn Nots ende de getuijgen wel bekent, wesende hij Corn. Jansz sieckel. van Lichame te bedde Leggende ende sij Annetge Joris Clouck gesont ende wel te passe, doch beijde haer verstant, redenen memorie ende spraecke wel machtich ende gebruijckende soo als het opentlijck bleecq ende men niet anders conde bemercken dewelcke innesiende des menschen Leven als een schade te sijn verganckl. ende datter niet seeckerder en is als de doot ende ter contrarie niet onseeckerder als de tijt ende vuijre vandien, verclaerden daeromme in tijts van hare tijdel. goederen te willen disponeeren ende doende het selve met haerl. vrijen liberen wille wel beraden ende onbedwongen van ijemande, alvooren hare Zielen bevelende inde grondelose genade van Godt de Heere Almachtich ende hare doode Lichamen een eerl. begravinge ter aerden, Comende dan hiermede ter dispositie vande"}